vrijdag 13 april 2012

zandkoffie


zandkoffie

We hebben nieuw zand in de zandbak. Vanmorgen kwamen een paar stoere kerels met een zandhapper en een paar trekkers op het schoolplein. Ze hebben het uitgespeelde zand tot op de bodem uit de zandbak geschraapt. De kleuters stonden er op enige afstand ademloos en met grote ogen naar te kijken. Ze zagen hoe het zand werd afgevoerd. Ze zagen hoe de mannen naar elkaar keken en grapjes maakten. Ze hoorden opeens het brommende geluid van de kipper die met vers zand aankwam en over onze knikkertegels denderde, een paar tegels uit het lood achterlatend. De kipper braakte het zand over de tegels aan de voet van de zandbak en reed weer weg. Langzaam maar zeker schepte de kraan het nieuwe zand in de zandbak. De kraanmachinist verdeelde vervolgens de korrels gelijkmatig over een groot oppervlak. De kleuters stonden er bij en keken er naar.
De rust keert weer en ik sjok over het plein om te zien hoe groot de schade is. Een kop koffie in de hand, kinderen om me heen, de omgeving in me opnemend. Ik ga op een bankje zitten, drink mijn koffiemok leeg en zet hem naast me neer. Inge, Joep en René komen bij me staan.
René is net naar de kapper geweest, hij heeft een felrode kleur over zijn stiekels gekregen. Zijn heldere koppie straalt.
,,Mooi zand hebben we hè?”, vraagt hij.
,,Ja, lekker.”
,,Lekker?”, vraagt Inge.
Joep loopt glimlachend weg. Hij loopt naar de zandbak en komt terug met een handje vol zand.
Hij kruimelt het zand tussen zijn vingers boven mijn lege koffiekop. Korrels komen op de bodem terecht en hij lacht.
Inge bedenkt zich niet en loopt dezelfde weg. Ook zij komt terug met een handvol zand die op Joeps zand ploft.
René kan niet achterblijven en zijn zand vult mijn mok tot net onder de rand.
René en Inge en Joep kijken glunderend toe.
,,Nou moet je het ook nog opdrinken meester”, zegt René dapper.
De anderen knikken instemmend.
Ik pak het lepeltje en houd die boven de zandkoffie.
Ik begin ronddraaiend te murmelen.
,,Mmm, pff, grr, stststst, groempfh, dronnnnssss.”
Het drietal kijkt van mij naar de koffiekop.
,,Hmmpf, wrssppppoh, grahahadatedi.”
Dan gaat het lepeltje in het zand en schijndrink ik de zandkoffie op.
,,Heerlijk, dank je wel”, zeg ik tegen de koffiekoks.
Lachend lopen ze bij me weg. Ze gaan stralend naar de zandbak om te spelen met de vers gemalen koffie die tot de rand van de zandbak ligt te wachten tot hij opgedronken wordt.

vrijdag 16 maart 2012

de lokaalmuis



’Wat heb je in die kooi, Charlie?’, vraagt meester Korneel.
Charlie haalt zijn schouders op.
‘Er zit een muis is’, mompelt hij.
‘Ja, dat zie ik’, zegt meester Korneel. Daarna kijkt hij met gefronste wenkbrauwen de klas rond.
Charlie zucht en kijkt meester met grote ogen aan.
’Ik wil niet zeuren, meester. Maar je ziet dat het een muis is. Waarom vraag je dan wat er in deze kooi zit?’
’Eeh. Dat is een goede vraag. Ik denk dat ik een vraag stelde om je te laten weten dat ik zag dat je wat bij je had. Iets waarvan ik niet weet waarom je het bij je hebt. En dat maakt me nieuwsgierig.’
’Dat kun je meteen zeggen, meester’, zegt Charlie.

Meester knikt.
’Dat kan. Wacht eens… ik begin overnieuw.’
Meester Korneel loopt het lokaal uit om dertien seconden later weer binnen te komen.
Hij loopt naar de tafel van Charlie, spreidt zijn armen en zegt:
‘Nou zeg, dat is bijzonder. Je hebt een kooi bij je. En ik zie dat er in de kooi een echte muis zit. Dat is pas bijzonder. Ik beleef veel met jou maar dit had ik niet verwacht. Is het je huisdier?’

Charlie schudt zijn hoofd.
’Het is nog niet goed meester. Je speelt toneel zoals niemand anders kan. Je wappert met je handen en je rolt met je ogen. Je trekt je wenkbrauwen op en beweegt je oren. Je knippert met je ogen en je neusvleugels gaan heen en weer. Je doet zoveel tegelijk dat ik niet heb gehoord wat je zei. Wat zei je eigenlijk?’

Meester staart naar Charlie.
’Eehm… wat ik zei, vraag je? Ik vroeg of dat je huisdier is’, zegt meester.
Charlie schudt zijn hoofd.
‘Het is ons lokaaldier’, antwoordt hij dan.
’Lokaaldier?’, vraagt meester Korneel verbaasd. ‘Bedoel je dat eeeh… dat die muis… eh…nee… Wat bedoel je precies?’
’Deze muis heb ik thuis gevangen en in dit kooitje gestopt. En mijn moeder wil niet dat ik de muis in mijn slaapkamer bewaar.’
’Dus heb je hem maar mee naar school genomen?’, vraagt meester weifelend.
’Jij hebt het door, meester. Ik denk dat we wel wat van onze lokaalmuis kunnen leren’, zegt Charlie en hij glimlacht..
’Bedoel je serieus dat deze muis een plekje krijgt in ons lokaal?’, vraagt meester.

Charlie knikt.
’Geen haar op mijn hoofd die daaraan denkt’, zegt meester resoluut.
’Kunnen haren die groeien op een leeg landschap wel denken, meester?’, vraagt Gjalt.
Meester Korneel schudt zijn hoofd.
’Nee, mijn haren denken niet. En ze denken er helemaal niet aan om hier een muis te hebben. Een muis hoort niet in onze krakkemikkige school. En helemaal niet in ons schone lokaal.’

Meester Korneel gaat bij Charlies tafel op zijn knieën zitten.
Hij kijkt naar de muis die door de kooi drentelt.
’Heb je deze kooi wel goed afgesloten?’, vraagt meester terwijl hij met een scheef oog naar Charlie kijkt.
’Volgens mij is de beveiliging van dit hok zo lek als een zeef.’
Meester voelt aan het gaas dat de kooi aan de bovenkant afsluit. Even wipt het gaas op één plek een stuk omhoog en… de muis vlucht.
‘Nee hè, heb ik weer’, schreeuwt meester.
‘Grijp die muis’, gilt hij er direct achteraan.
’Nou moe’, zegt Charlie. ‘Nu is de kooimuis toch een lokaalmuis geworden.’
Meester Korneel kijkt naar de lege kooi.
‘Er was dus toch een haar op je hoofd die er aan dacht om van de muis een lokaalmuis te maken’, zegt Gjalt.
’Hmm… je bent veel te slim’, zegt meester.
’Dat komt omdat mijn haren op vruchtbare bodem en niet op zaagsel groeien, meester’, zegt Gjalt lachend.

’Zeg me dat het niet waar is dat er een muis in ons lokaal loopt’, zegt meester. Hij gooit zijn handen in de lucht.
‘Zeg me dat het niet zo is’, roept meester.
’Het is wel waar, meester. Je hebt de muis een teveel ruimte gegeven’, zegt Majorie zacht.

Meester is stil. De kinderen grinniken.
Plotseling klinkt de schelle stem van Okki door het lokaal.
‘Ik zie hem.’
’Dat kan niet. Hij is allang in Vervanhieristan’, mompelt meester.
’Of in Vergaanrijde, meester’, zegt Henke.
’Of in Daardonië’, vult Majorie aan.
‘Als hij hier echt nog is moet ik wat doen. Ik ben zo terug, even naar mevrouw Krankheimer.’
Meester Korneel is even uit het lokaal. Als hij weer terug komt kijkt hij geconcentreerd naar zijn handen.
’Zo… dus… hmmm… tja… hoe werkt zo’n ding ook al weer’, vraagt hij aan zichzelf.
’Wat heb je dan, meester?’, vraagt Charlie.

’Ik heb een muizenval gekregen van onze schoonmaakster. Ik wist dat ze een paar van die muizenklappers op haar schoonmaakkar heeft.’
’Heb je echt een muizenval, meester?’, vraagt Elle Mieke.
’Kijk maar’, zegt meester.
’Eens even kijken of er nog een plak brood met kaas in mijn broodtrommel zit’, zucht meester.
’Verhip, al mijn brood zit er nog in. Dat komt natuurlijk omdat al die jarigen vanmorgen op van die dikke koeken trakteerden.’

Meester pakt een stuk kaas van een plak brood. Hij zet de muizenval op Gjalts tafel en legt het puntje kaas op de juiste plek.
’Hmmm… oh ja. Zo moet het goed zijn.’
Meesters tong komt uit zijn mond. Geconcentreerd haalt hij een beugel achterover, pakt een stangetje en steekt dat onder een ijzeren oogje.
’Gaat goed’, mompelt meester. ‘Eigenlijk is het een koud kunstje voor zo’n super muizenvanger als ik ben.’
’Het is een koud kunstje voor een muizen loslater bedoel je zeker’, zegt Charlie.

‘Ach. Soms doe ik wel eens wat waar ik achteraf spijt van heb.’
Meester haalt voorzichtig zijn linkerhand weg.
’Aan de andere kant krijgen jullie daardoor wel gratis een stukje avontuur terug… dus.’
’Meester, laat je de muizenval op mijn tafel staan als je klaar bent?’, vraagt Charlie.
Meesters rechterhand komt tot stilstand, vlak boven de muizenval.’
’Oeps, dat heb ik weer’, fluistert hij. ‘Nu moet ik dit ding weer ontladen omdat ik hem ergens anders neer moet zetten.’
Meester Korneel zucht.
Heel voorzichtig pakt hij de muizenval vast.
Juist op dat moment zwaait de deur van het lokaal open en komt mevrouw Krankheimer stampend binnen.
’Heb je hem al?’, krijst ze.
Meester Korneel schrikt van mevrouw Krankheimers stem en raakt de muizenval aan.
De veer klapt en meesters vingers zitten klem onder de beugel.
Meester Korneel springt en schreeuwt zijn longen leeg.
’Auw. Auwer de auwer de auw’, gilt hij met een van pijn vertrokken gezicht.
Meester schudt de muizenval van zijn vingers. Dan stopt hij ze in zijn mond.
Niemand weet wat hij moet doen of zeggen. Hij huppelt en jammert net zolang tot zijn ogen weer normaal staan en hij weer kleur op zijn wangen krijgt.

’Dat heb ik weer’, zegt hij. ‘Tjonge zeg… dat doet zeer. Je hebt wel hele goede vallen, mevrouw Krankheimer’, zegt meester.
Mevrouw Krankheimer zegt niets terug. Ze was tijdens meesters schreeuwpartij gniffelend het lokaal uitgeslopen.
’Nog een keer proberen, meester?’, vraagt Charlie.
’Nou… eh… nee… toch maar niet. Laat jouw lokaalmuis maar gewoon een lokaalmuis blijven in plaats van een muizenvalmuis.’
Daar is iedereen het mee eens.
‘Pak je weektaak maar’, zegt meester. ‘We gaan aan het werk. Je mag met je ogen de muis proberen te vinden. Maar ik verwacht dat hij al lang in Vervanhieristan is’, mompelt meester. Hij pakt de muizenval van de grond en zet hem in de vensterbank bij de rest van zijn verzameling bijzondere voorwerpen.




zondag 11 maart 2012

Yade

Gisteravond was de bekendmaking van de uitlag van de verhalenwedstrijd van de Volkskrant.
Ik zat niet in de studio. Mijn korte verhaal (maximaal 500 woorden, thema 'verkeerde vrienden') is niet goed genoeg. Mijn 390 woorden hebben het eind niet gehaald.
Oordeel zelf of de jury het bij het rechte eind had.


Yade


Je steunt op de tafel                                     
en ik weet                                                    
dat je veel later dan nu                               
nog op dezelfde plek zit.
Je verschuift je stoel niet.
Waarom zou je ook,
als je hebt besloten
om almaar     
te staren                                                         
naar de groeven
in je handen
en de noesten
in de planken
van de tafel?                                                 
Ik laat je alleen, pap.
Zul je me missen?
                                                                        

Ik hoor je voetstappen, mam.
Ze fluisteren hun echo                                 
tegen de straat.              
Ik luister
om niet te verdwalen                                   
als de afstand tussen ons
te groot wordt.
Ik ben de zeemeermin                                
- weet je nog? –
die ik volgens jou al was
ver voor ik kon lopen.
De straat is de zee
waarin ik zwem.
De echo wordt gedempt
door het water om me heen.
Ik raak je kwijt.
Ik bekijk een poster
en weet ineens
dat je op weg bent                        
naar de man
die me toelacht.                            
Hij staat straks op het toneel
en vraagt je
of mijn voornaam begint met een “Y”.
Daarna zegt hij dat ik 27 ben
en altijd zal blijven.
Hij verzacht je pijn                                                 .  
en zegt dat ik achter je sta, mam.
Hij vertelt dat het goed is met me
omdat ik de zeemeermin ben
die je altijd zag
als je naar me keek.
Er was geen pijn, mam,                               
toen ik ervoor koos                                      
om langer onder water te blijven
dan mijn longen aan konden,
zegt hij,
terwijl hij je aan kijkt.

Je liet me los
als ik vluchtte
van jou en pap.
Dan zwom ik
naar Atlantis
waar ik rust vond
en de stemmen
in mijn hoofd zwegen.                                


Straks ben je gerustgesteld.
Je gaat hem kussen
en omhelzen.
De mensen in de zaal
applaudisseren
en het zout van tranen                                                               
zit tussen hun handen.
Dat wordt voor jou
het moment dat ik
uit je leven zwem.                                        


Dan ook besef jij
dat de zeemeermin
geen verkeerde vriendin was.
Ik was het zelf,
op zoek naar rust.


Ik draai me om
en laat je gaan, mam,
op weg naar jouw rust.


Nog een laatste keer
zwem ik langs ons huis
om ook afscheid te nemen
van jou, pap.
Zonder woorden
omdat je geen enkele uitleg
ooit zult begrijpen.
Dat snap ik.
Je staart almaar
naar de groeven
in je handen
en de noesten
in de planken
van de tafel.
Ik weet dat je me mist.
Ik mis mezelf ook.                


Jelte van  der Kooi 

donderdag 23 februari 2012

oh die liefde... poëzie


'Oh die liefde', zei hij.
Daarna schreef hij een gedicht.
Voor iedereen die...
Ja, gewoon voor iedereen.

gedachten

ik fluister door je gedachten
met mijn vingers aai ik de lucht
ik gluur en je weet het
want je laat me je bekijken

ik droom door de gedachten
met mijn lippen kus ik de geur
die je dun voor me achterlaat
je loopt door en kijkt niet om

ik zucht door je gedachten
met mijn ogen raak ik je lichaam
je kijkt om en glimlacht
terwijl je zwevend verder loopt

Jelte

zaterdag 18 februari 2012

de pyjama



De pyjama

’Heb je slecht geslapen, meester?’, vroeg Mees.
Meester Korneel gaapte.
’Je vraagt of ik slecht heb geslapen? Tja, wat bedoel je met ‘slecht’?’
’Dat je lang wakker ligt terwijl je wilt slapen’, zei Mees.
’Of dat je een nachtmerrie hebt gehad’, zei Henke.
’Nee’, zei meester, ‘daar heb ik geen last van gehad.’
Hij gaapte nog een keer.
‘Waarom vraag je dat eigenlijk, Mees?’
’Ik had zin om die vraag te stellen. Meer was het niet’, mompelde Mees.
’Dat is wel een vreemde reden.’, zei meester.
Nog een keer gaapte hij. Dit keer was het een langdurige gaap.
’Ik weet al waarom ik het vroeg’, zei Mees. ‘Omdat je zo vaak en zo diep gaapt.
’Dat heb je mooi gezegd. Wat moet ik me voorstellen bij diep gapen?’
’Dat je je mond zo ver open hebt wanneer je gaapt. En ik zie je tenen wiebelen als je je mond open zet. Zo diep gaap je dus.’
Meester keek naar zijn voeten.
’Hmm… oeps… waar heb ik mijn schoenen gelaten?’
’Zo kwam je de klas in, meester’, zei Mees droog. Dat was om drie minuten over half negen.
’Was het echt drie over half negen? Dat valt me nog mee.’
Weer keek meester naar beneden.
‘Volgens mij heb ik mijn nachtsokken nog aan.’
’Wat zijn nachtsokken?’, vroeg Henke.
’Dat zijn sokken tegen nachtmerries’, fluisterde meester.
’Dat verzin je meester’, zei Henke.
Meester Korneel schudde zijn hoofd.
‘Deze sokken heeft mijn uitvindopa gemaakt. Dat was in zijn uitvindhut. Hij heeft ze voor zichzelf gemaakt maar ik heb ze geërfd. Zoals je kunt zien zijn het sokken met gaten op de plek waar je grote teen zit. Mijn opa noemde ze gokken en hij had bedacht dat hij soms zijn dromen kwijt wilde. Hij vond dat dromen, en dan vooral nachtmerries, niet door zijn hoofd naar buiten mochten glippen. Ze moesten door zijn tenen naar buiten. Daarom had opa ’s nachts gokken aan. De dromen verdwenen dan door zijn gokken het bed.
Die gokken moest hij ook aan hebben om te voorkomen dat hij ging slaapwandelen. Hij had bedacht dat zijn hersenen zouden schrikken als hij met koude tenen de koude vloer zou raken. Wanneer dat gebeurde ging hij direct weer in bed liggen.’
Meester keek om zich heen. ‘Ik heb ze altijd aan en ik heb nooit last van nachtmerries´, zei meester.
´Wandel je in je slaap, dan?´, vroeg Yorinde.
’Slaapwandelen? Nee, dat heb ik volgens mij nooit gedaan.’
’Hoe noem je  het dan als iemand er uit ziet alsof hij nog slaapt maar zelf niet door heeft dat hij nog slaapt?’, vroeg Gjalt.
’Dat is een lastige vraag. Daar wil ik helemaal niet over na denken’, antwoordde meester. ‘Hoe kom je daar bij?’
Gjalt haalde zijn schouders op.
’Omdat je sokken draagt waar je tenen door heen prikken’, zei Gjalt.
’Ik zal mijn schoenen aan doen. Dit is ook geen gezicht, zo zonder schoenen.’
’Je hebt je trui verkeerd aan, meester’, zei Mees.
Ik keek eens goed en glimlachte. Het was me nog niet eens opgevallen. Ik had eerst ook niet in de gaten dat meester sokken met gaten aanhad. En dat hij geen schoenen droeg.
’Je hebt hem achterstevoren aan, meester’, vulde Mees aan.
Meester gaapte. Daarna grinnikte hij.
’Verhip zeg, je hebt gelijk.’ Meester keek naar zijn trui.
‘En niet eens alleen achterstevoren, zie ik. Hij zit ook nog binnenstebuiten.’
‘Hoe noem je dat, meester?’, vroeg Henke.
’Achter ste voren ste binnen ste buiten, zo noem ik het. Hoe zou jij het noemen?’
’Binnen ste buiten ste achter ste voren’, zei Henke.
’Het kan nog erger, meester’, zei Gjalt.
’Hoe bedoel je dat?’, vroeg meester.
’Nou, als je de onderkant van de trui boven hebt.’
Meester Korneel dacht na.
’Dat zou betekenen dat ik mijn trui dan boven ste onder ste binnen ste buiten ste achter ste voren aan heb?’
’Onder ste boven ste achter ste voren ste buiten ste binnen is mooier meester’, zei Gjalt.
Meester schudde zijn hoofd. Toen gaapte hij.
’Doe alsjeblieft je trui ook goed aan, meester’, zuchtte Janke. ‘Dit is echt geen gezicht.’
Meester trok de handen uit de mouwen van zijn trui. Hij wurmde zich uit zijn trui.
’Nee hè’, kreunde hij’, dat heb ik weer?
’Meester, wat voor shirt heb je aan?’, vroeg Henke. ‘Het lijkt wel een pyjamajas.’
Meester zuchtte.
’Help, ik heb mijn pyjamajas nog aan.’
We keken elkaar aan. Daarna lachten we. Meester keek sip. Wij genoten.
‘Erger kan niet’, zei meester toen we uitgelachen waren.
’Het kan altijd erger, meester’, zei Henke. ‘Bijvoorbeeld als je je pyjamajas ook nog binnen ste buiten aan had.’
‘Of achter ste voren’, zei Gjalt.
’Of allebei’, zei Elle Mieke.
’Of ook nog met de onderkant boven’, zei Henke.
Meester grinnikte.
’Heb je wel geslapen, meester?’, vroeg Humphrey.
’Ik weet nooit of ik heb geslapen heb. Ik word altijd wakker en dan denk ik dat ik goed geslapen heb.’
’Het zou helemaal erg zijn als je ook nog je pyjamabroek aan hebt onder je gewone broek’, lachte Humphrey.
’Ja, dat zou pas wat zijn’, grinnikte meester. ‘Dat ik mijn pyjama en mijn gokken aan heb.
En dat ik daar mijn gewone kleren over aan heb gedaan.’
’Meester’, zei Janke, ’heeft je pyjamabroek dezelfde kleur als je pyjamajasje?’
’Jazeker, die van jou toch ook?’, vroeg meester.
’Dus je pyjamabroek is ook geel met blauwe strepen’, vroeg Janke.
Meester knikte.
’Nou eh… ik zie een stukje van je pyjamabroek boven de rand van je spijkerbroek uitkomen’, zei Janke.
’Ha… dat zou wat zijn’, lachte meester Korneel.
Daarna keek hij naar beneden. Hij slikte een keer en deed een hand voor zijn mond.
’Dat heb ik weer’, mompelde meester. ‘Ik heb dus mijn hele pyjama aan. Hoera, maar niet heus.’
’Meester’, riep Jarno, ‘de directeur kijkt al een tijdje door het raampje.’
Directeur Zwarfdreumer kwam binnen.
´Ben je uitgeslapen Korneel?´, vroeg hij.
Meester zei niets.
’Je bent hier vannacht ook al geweest’, zei de directeur.
Meester Korneel keek verbaasd. Hij fronste zijn wenkbrauwen.
’Jij was aan de beurt. Wanneer er een inbraakalarm is,dan wordt jij gebeld. Weet je nog?’
’Hmm… ja… er begint een belletje te rinkelen.
’Precies! Ik weet wat er is gebeurd. De alarmbel rinkelde vannacht in school. En jij werd gebeld. Je hebt slaperig je kleren over je pyjama aan getrokken. Daarna ben je bij school geweest om het alarm af te zetten. Klopt dat?’
Meester Korneel krabde aan zijn kind.
’Dat kon wel eens kloppen’, mompelde hij.
’Daarna ben je naar huis gegaan’, zei directeur Zwarfdreumer. ‘Tot slot ben je weer in bed gedoken. Met je kleren aan en daaronder je pyjama.’
‘Dat kon wel eens kloppen’, mompelde meester.
’Vanmorgen stond je op. Je zag dat je je kleren al aan had. Je ging naar school. En nu staan we hier… dus.’
’Dat kon wel eens kloppen’, mompelde meester.
’Mooi, dan is dit raadsel ook weer opgelost’, zei de directeur.
Zwarfdreumer glimlachte. Hij sloop het lokaal uit en liet ons achter.
’Dat heb ik weer’, zei meester.
’Dat kon wel eens kloppen’, zei Henke. ‘en gelukkig hebben wij ook weer eens wat’, zei Henke.
Meester lachte.
’Dat hebben wij dus weer’, zei meester. ‘Ik ga nu het lokaal uit om mijn kleren goed aan te trekken.’
Wij begonnen aan onze weektaak. Even later kwam meester terug.
Hij had de pyjama in de hand en zijn kleren goed aan. Eindelijk.

Jelte van der Kooi

donderdag 26 januari 2012

tien tips: hoe lees ik een versroman

Ik schrijf blogs over een nieuw genre binnen de Nederlandse literatuur/lectuur/...: versroman.

Een versroman laat zich niet beschrijven. Je moet het ondergaan.
Enkele kenmerken:

Korte zinnen; meer weglaten dan toevoegen; filmisch; directheid; beschrijvend;...
Mijn laatste versroman is 'af'.

een tip tien voor (proef)lezers.

1. sluit je af voor prikkels
2. open je voor prikkels die je tussen de regels door zult vinden
3. zoek niet naar de werkelijkheden, aangezien ze zijn opgebouwd uit verschillende waarheden
4. vreemd vinden mag, moet zelfs
5. herlezen van bladzijden zal vaker voorkomen dan je denkt zonder dat de vaart er uit gaat
6. woorden die je niet begrijpt staan er, bij nadere bestudering, helemaal niet
7. hou de tekst dicht bij jezelf
8. balanceer tussen geloof en ongeloof
9. lees het in 1 keer uit
10. vergeet 1 tot en met 9 en geniet gewoon.

Lezen is niet meer dan kijken, zien en ondergaan!

Jelte

In mijn volgende blog ga ik op zoek naar proeflezers in de wetenschap dat er op dit moment een voorproeflezer aan het lezen is. (spannend)
Tegelijkertijd ben ik op zoek naar een goede naam voor 'het genre versroman/ verse novel. Suggesties zijn welkom.

Ik volg de grens van mijn gedachten
zonder dat ik weet waar hij eindigt
of begint.
Er zijn herinneringen aan herinneringen
maar de beelden krijg ik er niet bij.
Ik zie schaduwen van mensen
maar zelf zie ik ze niet.
Ik voel de warmte van de zon
en de wind blaast in een zelfde ritme.
Dat kan niet.
de wind moet zo nu en dan gaan liggen
aan de rand van mijn gedachten.
Daarna moet ze langzaam maar zeker opsteken
om de gedachten aan herinneringen
in te vullen.
Ik pak een potlood
gevuld met de pastelblauwe kleur van de ballon
en probeer de herinnering in te kleuren
net zoals ik met een stukje gum
de schaduwen lichter probeer te maken.
ik wil zien wie er staat
wil weten van de herinneringen.
Met potlood en gum
loop ik langs mijn eigen grens
op zoek naar werkelijkheden.



vrijdag 20 januari 2012

Onderhuids


Ik ga onder je huid zitten.

De versroman. Zo overal om je heen dat het onder je huid zit.
Een paar weken geleden plaatste ik mijn eerste blog over het genre ‘versroman’.
Ik kreeg van lezers terug dat ze het genre niet kenden.
Dat was juist de reden om er over te schrijven.

Waarom? Omdat ik het geweldig vind om versromans te lezen. Maar vooral om ze te schrijven.

Onbekend bij velen dus. Mijn missie is om van onbekend bekend te maken.

En daarbij is de vraag gerechtvaardigd of het versroman genre wel zo onbekend is.

Mijn antwoord: Nee.

Iedereen kent versromans.
De popmuziek zit er vol mee: kleine verhalen, op muziek gezet.
Het meest treffende voorbeeld daarvan is het volgende lied. Zonder refrein, met korte, associatieve zinnen die beelden oproepen zonder dat ze benoemd worden. Dat zou een vers uit een versroman kunnen zijn. Sterker nog: het is al bijna een versroman.

Mijn stelling derhalve:
Versroman! Zo overal om je heen dat het al die tijd al onder je huid zit.

Mijn missie: zichtbaar maken!

Jelte

Abel - onderweg

Ik doe de deur dicht
 
straten lijken te huilen 
wolken lijken te vluchten 

Ik stap de bus in 
mensen lijken te kijken 
maar ik wil ze ontwijken 
voordat ze mij zien 

Het is allang verleden tijd 
dat je mijn verjaardag niet vergat 
je onvoorwaardelijk koos voor mij 

Ik zie de velden 
langs mij heen gaan huizen 
het is stil achter de ruiten 
je kan mij zien 

In blauw verlichte treinen 
je hart is zo dicht bij me 
maar het klopt niet 

Het is allang verleden tijd 
je zwarte haren en je lach 
dat je hele wereld voor mij was 
er zit een veel te diep in mij 

dat ik mocht delen wat jij had 
je door me haren ging en zei: 

je kent mijn stem niet 
wie ik ben is wat je nu ziet 
wil je dansen met illusies, in gedachte 

ben je verder dan het heden 
wil je terug naar je verleden 
zegt je dat iets 

Het is allang verleden tijd 
rode wijn op het terras 
dat je hele wereld voor mij was 
er zit een veel te diep in mij 

Maar ik vergat hoe jij me zag 
dat ik zo anders ben dan jij 

Ik loop de straat in 
maar het zal me nooit verwarmen 
omdat het mij niet kan omarmen 
wie zou mij zien 

Het liefst zou ik willen schreeuwen 
ik zou oneindig willen schreeuwen 
maar het gaat niet 

Jij bent niet alleen van mij 
kan de wereld laten zien 
dat het zo beter is misschien 
het is allang verleden tijd 

Dat ik vergat hoe jij me zag 
en ik zo anders ben dan jij 

Bovenstaande vers(roman) is natuurlijk ook te zien:

http://www.youtube.com/watch?v=-WNo6YdN8u0

Eerdere blogs over dit onderwerp:
http://leesrijk.blogspot.com/2012/01/verse-novel-onleesbaar.html