maandag 9 juli 2012

de wesp


Ik heb een verhaal geschreven. En voorgelezen aan onze zoon Tijn.
Van hem is het woord 'hopsateetje'. Daarmee is dit verhaal ook voor hem.
En voor alle andere jongens van bijna vijf.
En voor alle meisjes van bijna 5.
En voor alle andere jongens en meisjes van alle andere leeftijden...


De wesp


‘Aaaah. Nee. Dit is niet leuk, juf’, roept Cars.
Juf Ciska kijkt op.
‘Wat is niet leuk, Cars’, vraagt ze.
‘Het is hier koud. Het raam staat open.’
‘Nou moe. Hoe kan dat?’, zegt juf verbaasd.
‘Geen idee, juf. Maar het tocht wel.’
Juf Ciska kijkt naar alle kinderen.
‘Cars ziet dat het raam open staat. Wie heeft het open gezet?’
‘Ik niet’, zegt Tijn.
‘Ik vroeg niet wie het niet had opengezet. Ik vroeg wie het wel had gedaan.’
Jente staat op.
‘Ik weet het juf. Het was meester Geert.’
Juf Ciska zwabbert met haar armen.
‘Meester Geert?’, vraagt ze.
‘Hopsateetje, waarom dat dan?’
‘Hij vond dat het hier stonk’, zegt Jente.
‘Ja, naar parfum’, zegt Tijn.
‘Die geur moest uit de klas.’
‘Hopsateetje. Dat kan niet. Ik heb geen parfum.’
Juf Ciska loopt door het lokaal.
Ze stampt met haar voeten.
‘Wat doet die meester Geert toch steeds in mijn klas. Hij heeft hier niets te zoeken.’
Juf Ciska moppert. Ze sluit het raam.
Sam steekt zijn vinger op.
‘Waarom mag het raam dan niet open, juf?’
Juf Ciska zucht.
‘Omdat. Ja, omdat zo maar. Dat komt door de…’

‘Weps’, gilt Fleur.
‘Waar?’, roept juf Ciska.
Fleur kijkt naar het raam en wijst.
Juf ziet de wesp.
‘Het is een wesp, Fleur’, zegt ze. ‘Geen weps.’
Fleur kijkt naar de juf.
‘Daar wil ik niet over nadenken, juf. Voor mij is het een weps. Wil je hem wel weghalen?’

Juf Ciska knikt.
Ze mompelt. Ze kijkt om zich heen.
De kinderen zitten allemaal op hun stoel. Ze kijken naar het raam. En naar de wesp.
Fleur bibbert. Ze gilt altijd als er een wesp in het lokaal is. Ze kan niet tegen de steek van een wesp.
Dan krijgt ze hele dikke rode bulten. Ze noemt een wesp een weps. Ze vindt wespen niet leuk. Fleur is er bang voor.
‘Daarom moest het raam dicht’, mompelt juf Ciska.
Haar lippen krullen.
‘Hopsateetje. Die domme meester Geert toch. Hij weet toch dat er wepsen zijn.’
‘Wespen juf’, zegt Sam. ‘Het is een wesp, geen weps.’
De wesp loopt tegen het raam.
Zijn sprieten gaan heen en weer.
Fleur doet haar handen voor haar ogen.
‘Het maakt niet uit of je je handen voor je ogen doet’, zegt Tijn.
‘Hoezo?’, vraagt Fleur.
‘Je ziet hem niet maar hij is er heus wel hoor. HIj ghaat heus niet weg als je je handen voor je ogen hebt.’
Fleur kijkt tussen haar vinders door naar Tijn.
‘Je hebt gelijk’, zegt Fleur. ‘Juf, kun je de weps weg sturen?’
Juf Ciska kijkt om zich heen.
Ja. Dat kan ik’, zegt ze hard.
‘Ik kan het’, schreeuwt ze.
‘Hopsateetje. En weet je waarom, Fleur?’
Fleur schudt haar hoofd. Haar haar wappert. ‘Omdat ik net mijn diploma heb gehaald. Mijn muggen vanger diploma.
Ik ben een echte muggenvanger’, zegt ze.

De kinderen kijken elkaar aan.
De sprieten van de wesp staan even stil.
Dan kletsen de kinderen door elkaar.
De wesp beweegt weer.
Juf Ciska steekt haar hand op.
De kinderen zijn weer stil.
‘Ho ho. Hopsateetje. Wat een gekakel zeg. Jullie lijken wel kippen. Wat is er aan de hand?’
Tes staat op van haar stoel. Ze gaat voor juf Ciska staan.
Ze wijst met haar vinger naar juf.
‘Dat bestaat heus niet’, zegt Tes.
‘Wat niet?’
‘Een diploma voor muggen vangen.’
‘Heus wel’, zegt juf.
‘Heus niet. Laat maar eens zien dan.’
Juf Ciska krabt haar hoofd. Ze pulkt even in haar neus. Dan doet ze haar hand onder haar kin.
‘En een mug is geen weps’, zegt Fleur. ‘Dus ook als je wel een diploma hebt, dan telt die niet voor wepsen.’
Juf Ciska krabt haar hoofd. Ze pulkt even in haar neus. Dan doet ze haar hand onder haar kin.
‘Hopsateetje zeg. Jullie zijn slim. Maar een wesp is ook een mug. Alleen heeft hij een gestreepte pyjama aan. Of een trainingspak. Of een boevenpak.’
De kinderen lachen.
‘Dan kun je hem wel naar de gevangenis sturen, juf’, zegt Tijn.
‘Waar is je diploma dan, juf?’, vraagt Tes.
‘Thuis. Maar ik heb hem nu niet nodig. Ik weet al hoe ik die mug ga vangen.’
‘Hoe dan?’, vraagt Sam.
‘Ik zal het jullie laten zien.’


Juf Ciska zucht. Ze kijkt om zich heen.‘Zo’n boevenmug moet je goed aanpakken. Hij laat zich vast niet makkelijk vangen.’
Juf Ciska krabt haar hoofd. Ze wrijft haar gezicht. Ze doet haar handen voor haar ogen. Als ze haar handen weg haalt staan haar ogen anders.
Ze kijkt een beetje boos. Maar het lijkt ook of ze lacht. Zo kan alleen juf Ciska kijken.
‘Hopsateetje. Eh… tja… dus… jawel. Hier is juf Ciska, de wespen vanger. Ik ben de beste wespen vanger van de hele wereld. Waar is mijn wespen vangstok?’
Niemand zegt wat. Alle kinderen kijken verbaasd naar hun juf.

Juf Ciska pakt een stok van een tafel.
Ze zwiept de stok door de lucht.
ZOEF. ZWIEF.
‘Hier is Juf Ciska, de beste wespen vanger van de hele wereld. Hopsateetje. Waar is de wesp van Fleur?’
Juf Ciska sluipt op haar tenen.
Bij het raam staat ze stil. De wesp niet. Die vliegt weg.
Heel langzaam vliegt de wesp door het lokaal.
‘Ja ja, mijn kleine wesp. Hier ben ik. Hier is de beste wespen vanger. Ik ben de beste van de wereld. Kom maar Wespje. Ik zwief je wel even. Kom maar, kom maar, kom maar.’

Juf Ciska sluipt.
De wesp komt niet. Hij vliegt voor juf uit.
Juf Ciska zoeft de stok door de lucht.
ZOEF. ZWIEF.
Maar ze jaagt de wesp niet weg.
Juf zwieft nog een keer.
‘Hopsateetje. Jij mormel. Jij hoort niet in dit lokaal’, roept ze.
Juf Ciska staat stil bij een tafel achter in het lokaal.
Op de tafel ligt een kleed. Ze pakt het kleed. Daarna zwaait ze het soepel over haar schouders.

‘Je ziet er uit als een echte superheld, juf’, zegt Tijn.
Juf Ciska lacht.
‘Hier is de wespenvanger. Geef je over, ellendige wesp’, roept ze.
Daarna zwaait ze naar de wesp en slaat.’
ZOEF.
Mis...
RAAK.
Juf Ciska zwiept een vaas van de kast.
Met veel lawaai valt de vaas op de vloer.
‘Ik heb een vaas geraakt. Hopsate, en ach en wee. Ik heb een vaas geraakt. Gelukkig is hij nog heel.’

De wesp vliegt door als of er niets aan de hand is. Hij vliegt naar het raam. Naar een plek waar hij al eerder was.
Daar vliegt de wesp rondjes. Hij ruikt aan het raam.
‘Het lijkt wel of de wesp naar buiten wil, juf’, zegt Tes.
Juf Ciska spreidt haar armen.
‘Jongens en meisjes, meisjes en jongens. Hier ben ik. Met mijn wespen vangstok.’
Juf Ciska staat er bij als een circus artiest.
Ze is geen juf meer, zo lijkt het, maar een echte wespen vanger.
Juf zwaait de stok boven haar hoofd.
Ze steekt haar tong uit, loopt naar de wesp en slaat.
MIS.
RAAK.
Kinkel de rinkel. Rinkel de kinkel.

Alle kinderen schrikken.
Juf Ciska schrikt.
Juf heeft het raam stuk gemaakt.
Scherven vallen op de vloer.
Tes zit met haar handen voor haar oren.
Net zoals Tijn. En Fleur. En Sam.
Net als Cars.
Alle kinderen zitten er stilletjes bij. Juf Ciska staat als een standbeeld. Ze staat muisstil.
Kaarsrecht en met grote ogen van de schrik.

De deur van het lokaal gaat open.
Meester Geert stormt binnen. Hij kijkt en kijkt. Hij ziet de scherven.
Hij kijkt naar juf Ciska.

Dan lacht meester Geert.
Hij lacht als nooit daarvoor.
Hij slaat op zijn eigen knieƫn.
‘Juf Ciska, wat doe je nu?’, vraagt meester Geert.
‘Hopsateetje. Ik eh. Er is een wesp. En die wil ik weg jagen.’

‘Het is gelukt, juf’, roept Fleur.
‘Wat is gelukt Fleur?’, vragen meester Geert en juf Ciska op hetzelfde moment.
‘Nou, de weps is weg. Ik denk dat hij door het raam naar buiten is gevlogen.’
Meester Geert lacht.
‘Dan heb je dat goed gedaan juf’, lacht hij.
Juf Ciska staat een beetje gek bij.
‘Ga jij maar voorlezen’, zegt meester Geert vriendelijk.
‘Dan ruim ik de scherven wel op. Dan bel ik de schilder. Die moet maar even een nieuw raam brengen.’

Juf Ciska loopt naar haar stoel.
Ze houdt haar mantel om.
‘Hopsateetje zeg. Dat is goed gelukt.’

‘Zeg dat wel juf. Dank je wel’, zegt Fleur. ‘Maar de volgende keer hoef je van mij geen raam stuk te maken hoor.’
Juf Ciska glimlacht.
‘Dat zal ik proberen’, zegt ze.

©Jelte van der Kooi 9-7-2012

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen