zaterdag 12 november 2011

De brief van L. Rozenwater #intocht #Sinterklaas

De intocht van Sinterklaas zorgt er natuurlijk ook voor dat het leesrijk groter wordt.
Kinderen op een bizoendere mnaier betrekken bij het feest! (juist als ze al lang zelf niet meer de leeftijd hebben om het Sinterklaasjournaal te bekijken)

meester Korneel beleeft veel en veel te veel.
‘Meester, ik heb je niet op televisie gezien, hoor’, riep Janka vanmorgen in de klas.
‘Mij op televisie gezien? Hoezo?’, antwoordde meester met een vraag.
‘Nou, je zei toch dat je naar de intocht van Sinterklaas zou gaan. En dat je er voor wilde zorgen dat je in beeld zou komen.’
‘Hmmm…  ja… en?’, mompelde meester.
‘Nou. Ik heb je niet gezien. Ik heb weer eens een keer de hele intocht op televisie gevolgd. Maar wat en wie ik ook zag. Jou in elk geval niet.’
Meester zweeg veertien slokken van zijn koffie lang.
‘Tja’, mompelde hij daarna nog een keer.
‘Zie je. Ik was er wel.’
Janka keek meester indringend aan.
‘Heus niet.’
‘Tja. Hmmm, zie je. Ik was wel bij de intocht. Heus waar. Maar eeh…’
‘Of stond je op de verkeerde plek. Buiten het zicht van de camera’s of zo?’, vroeg Henke.
‘Of stond je vooraan en mocht je daar niet staan?’, zei Charlie. ‘Werd je misschien door de kind-vooraan-zet-pieten achteraan gezet?’
‘Of verslikte je je net in een paar pepernoten toen Sinterklaas langskwam’, zei Marieke. ‘En moest je toen noodgedwongen proestend en slikkend uit beeld of zo.
‘Of…’, begon Gjalt.
Maar meester schudde zijn hoofd.
‘Ik had een brief gekregen’, zei hij.
‘Een brief meester. Van wie?’, vroeg Gjalt.
‘Hmmm, tja. Okay. Laat ik het dan maar vertellen. Ik kreeg een brief. Van de wethouder van Averecht, meneer Rozenwater.’
Meester nam nog drie slokken van zijn koffie, stond op van zijn stoel en keek ons aan.
‘Mooie brief was het. Officieel, met het logo van Sinterklaas er op. In de brief stond dat ik officieel was uitgenodigd om de intocht van Sinterklaas bij te wonen. Er zat zelfs een routebeschrijving bij.’
‘Maar waarom jij dan, meester?’, vroeg Marieke.
‘Omdat eeeh… omdat ik al jarenlang roep dat ik naar de intocht wil. Maar ik ga nooit. Daarom was ik nu speciale gast. Ik mocht zelfs, zo stond in de brief, vlak bij het podium staan. Dan kwam ik zeker in beeld.’
Meester keek met opgetrokken wenkbrauwen naar ons.
‘Dus ik op weg naar Averecht. Ik wist niet eens dat de plaats bestond.’
‘En jij moet ons topografie leren, meester’, zei Elle Mieke. ‘Vandaar dat ik zo vaak onvoldoendes heb.’
Meester grinnikte.
‘Dat komt volgens mij meer omdat je zo vaak je oefenblad vergeet mee te nemen naar huis. Maar eeeh… waar was ik gebleven?’
‘Je was op weg naar Averecht, het dorpje waarvan je niet wist dat het bestond’, vertelde Majorie droog.
‘Oh ja. Kwam ik dus in Averecht, een uur voordat Sinterklaas aan zou komen. Wat denk je?’
Meester keek ons vol verwachting aan. Wij haalden de schouders op.
‘Niets?’, vroeg Gjalt.
‘Klopt’, zei meester. ‘Niets. Geen mensen op straat. Geen ontvangst voor mij. Geen wethouder L. Rozenwater, geen burgemeester Wellicht ten Overvloede die Sinterklaas zou opvangen. En…’ Meester Korneel liet even een geheimzinnige stilte vallen. ‘Er was zelf helemaal geen water in Averecht. Geen kanaal, geen rivier, geen zee of oceaan. Zelfs geen fatsoenlijke sloot voor de stoomboot.’
Meester haalde zijn schouders op.
‘Hmmm, en toen ik aan een hele oude dame vroeg waar Sinterklaas zou aankomen keek ze me verbaasd aan. ‘In Dordrecht, jongeman, zei ze.’
Meester zuchtte.
‘En als klap op de vuurpijl vertelde ze me even later ook nog dat het dorp waar ik was helemaal geen Averecht heette. Ze lachte me uit en zei dat ik voor de gek was gehouden. Dus…’
Meester Korneel keek beteuterd naar ons. Wij glimlachten.
‘Dus je hebt helemaal niets gezien van de intocht?’, vroeg Gjalt.
‘Ik ben door de straten van het dorp, waarvan ik dacht dat het Averecht was, gelopen en heb bij elk huis even naar binnen gekeken. Vaak stond de televisie aan en zo heb ik tijdens mijn wandeling in horten en stoten gezien hoe Sinterklaas in Dordrecht aankwam. Zonder dat ik dus in beeld was. Dus.’
‘Mooi verhaal meester, maar ik geloof er niets van’, zei Janka. ‘Je hebt het weer fraai uit je duim gezogen.’
‘Heus niet’, reageerde meester fel.
‘Laat die brief eens zien dan’, zei Janka.
‘Die brief. Welke brief. Oh ja, die brief van wethouder Rozenwater. Hmmm…’
Meester deed net of hij zocht in de la van zijn bureau. Daarna in boodschappentas die tegen zijn bureaupoot aanstond. Hij rommelde en wij keken toe.
‘Zie je wel, meester. Je hebt het gewoon verzonnen’, zei Janka.
Het was net of meester op die opmerking zat te wachten.
‘Tada’, riep hij. Daarna hield hij een vel papier omhoog.
‘Dit is hem. De enige echte onvervalste brief van wethouder Rozenwater.’
Meester liep langs onze tafels en liet ons de brief zien. Janka kreeg hem zelfs in haar handen.
‘Geachte meester Korneel’, begon ze. ‘Het schept ons een groot genoegen om u uit te mogen nodigen om aanwezig te zijn bij de intocht van zijne hogelijke grootheid, Sinterklaas.’
Janka las het op deftige toon voor.
‘Ziet er echt uit meester. Ik zou er ook ingetrapt zijn.’
‘Zie je wel.’
Opeens klonk er gestommel op de gang en klopte er iemand stevig op de deur.
‘Hoor wie klopt daar kinderen, hoor wie klopt daar hardjes aan de deur. ’t Is een vreemdling zeker, die verdwaald is zeker. Ik zal eens even vragen naar zijn naam…’
Meester was zingend naar de deur gelopen en deed hem open.
Juf Cathelijne kwam glimlachend binnen, samen met juf Martine.
‘We hebben je niet op televisie gezien, Korneel’, riep juf Cathelijne.
‘Dat betekent dat wij hebben gewonnen’, vulde juf Martine aan.
‘Graag twee kilo strooigoed’, vervolgde juf Cathelijne.
Meester Korneel staarde bedremmeld naar de beide juffen. Toen keek hij naar Janka, die de brief nog steeds bestudeerde.
‘Het schept ons een groot genoegen om u uit te mogen nodigen…’, begon juf Martine.
‘… om aanwezig te zijn bij de intocht van zijne hogelijke grootheid, Sinterklaas’, vulde juf Cathelijne aan.
Daarna begonnen ze onbedaarlijk te lachen.
Meester Korneel stond er bij en keek er naar.
‘Dus jullie… Jullie hebben… Nee. Hebben jullie?’
Juf Cathelijne en juf Martine schaterden.
‘Maar je bent toch niet echt naar Averecht geweest?’, vroeg juf Cathelijne opeens.
Meester schudde zijn hoofd.
‘Nee hoor’, mompelde hij.
‘Wel waar’, riepen wij allemaal door elkaar.
Meester grinnikte.
‘Hmmm… heb ik weer’, zei hij.
Daarna liep hij naar zijn computer en rommelde wat.
‘Ik eeeh… ik. Hmmm, hoe zeg ik het. Nee, laat ik maar niets zeggen. Ik laat het gewoon maar zien.’
Juf Cathelijne en juf Martine staarden naar het digibord, samen met ons.
Meester had de intocht van Sinterklaas van televisie opgenomen. Opeens zette hij het beeld stil, vlak voor het moment dat Sinterklaas een podium op zou klimmen.
‘Daar’, riep hij triomfantelijk door de klas.
We staarden naar het bord.
‘Verhip nog eens aan toe’, mompelde juf Cathelijne. ‘Dat ben jij.’
‘Je bent het echt Korneel’, zei juf Martine.
‘Je was er toch, meester’, vulde Janka aan.
‘Twee kilo strooigoed graag’, zei meester Korneel droog.
‘Jij… jij… jij’, zei juf Martine.
Meester grinnikte.
‘Ik zag jullie vorige week smoezen bij het kopieerapparaat en overhoorde jullie plannetje… dus.’
Juf Cathelijne liep naar meester Korneel en gaf hem een hand.
‘Gefeliciteerd’, zei ze. ‘Jij hebt gewonnen.’
‘Ik dacht’, zei meester, ‘ik moet me niet te opvallend laten zien tijdens de intocht. Maar ik was er wel. Een beetje achteraf, maar toch. Ik was er. Dus. Twee kilo strooigoed.’
Juf Martine gaf meester Korneel ook een hand. Daarna verlieten ze hoofdschuddend het lokaal.
En wij? We genoten. Van meesters bizoendere belevenis. En we wisten dat meester deze Sinterklaastijd nog meer bizoendere dingen zou doen. Hoe we dat wisten? Dat zagen we aan de glimlichtjes in zijn ogen.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen