dinsdag 20 december 2011

De vondeling


De vondeling
‘Meester, wat doe je nou?’, vroeg Marieke.
‘Luisteren. Naar jouw vraag.’
‘Maar wat heb je in je handen?’
‘Hmm. Oh, dit. Foto’s’, fluisterde meester.
‘Wat voor foto’s dan, meester?’
‘Geen idee. Ik heb ze vanmorgen gevonden. Ze lagen op de stoep voor de deur van school.’
‘Oh. Buiten dus?’, vroeg Marieke verbaasd.
Meester knikte.
‘Net of ze te vondeling waren gelegd. Toen ik de envelop opende en de bovenste foto’s zag moest ik meteen denken aan dat zielige kerstverhaal dat mijn oma me elk jaar vertelde. Over een meisje dat door de sneeuw sloft. Ze had wel een jas aangetrokken maar die was niet warm genoeg. Ze kreeg koude handen en een druipneus. Zie je haar voor je, dat meisje?’, vroeg meester.
We knikten.
‘Ze wilde boodschappen doen. Omdat haar moeder ziek was en de deur niet uit mocht van de dokter. Haar moeder was in slaap gevallen en het meisje was de deur uitgelopen. Ze wilde snel naar de groenteboer. Ze wilde aan haar ouders laten zien dat ze al een flinke meid was. Dus daar liep ze door de sneeuw maar ze kon de weg niet meer vinden. Dat verhaal dus.’
We knikten. Meester had het verhaal de afgelopen dagen al wel zeven keer verteld. We kenden het van voor naar achteren.
‘Vondelingfoto’s dus, meester?’, vroeg Majorie.
Meester knikte.
‘Vondelingfoto’s. Zo maar achter gelaten. Op de stoep van onze school. Zwart wit foto’s. Het lijkt wel of het kerstfoto’s zijn. Kijk maar, hier.’
Meester Korneel hield een foto omhoog.
‘Een kribbe lijkt het wel’, zei hij er bij. ‘Misschien wel uit een levende kerststal. Een kribbe met een baby, gewikkeld in doeken. Of is het… Nee, dat zal het vast niet zijn.’
Meester fronste zijn wenkbrauwen.
‘Er staat wat op de foto. Het is met potlood geschreven’, mompelde meester. ‘Kerst 1956. Mijn eerste foto.’
Meester Korneel legde de foto neer en pakte een andere.
‘En net op het moment dat het meisje zo vermoeid is dat ze struikelt pakt iemand haar vast’, zei meester. ‘Dat zie ik dan voor me, zie je. Dat verkleumde meisje, die vallende sneeuw. Een witte koude wereld en dan zo’n meisje dat haar weg zoekt naar de groenteboer, om boodschappen te halen voor haar zieke moeder.’
We knikten.
‘Je hebt ons eigenlijk nog nooit verteld hoe het meisje heet’, zei Marieke.
Meester dacht na.
‘Lorna. Volgens mij heette ze Lorna.’
‘Maar wat staat er op die volgende foto dan?’, vroeg Marieke.
‘Een kerstboom. Met een meisje er bij. Ze kijkt naar boven.’
‘Vreemd toch, meester, die foto’s.’
‘Hmmm. Kun je wel zeggen. Kijk. Hier nog één. Kerstfeest 1959 staat er achter op. Hetzelfde meisje weer. Nu is ze een jaar of 3. Hé, het lijkt wel of ze dat dekentje van die eerste foto in haar hand heeft.’
‘Wie pakte Lorna ook al weer vast toen ze struikelde, meester?’, vroeg Gjalt.
‘Haar vader natuurlijk’, antwoordde Charlie. ‘Die kwam toevallig langs op de plek waar Lorna liep.’
‘En wat zei die vader ook al weer?’, vroeg Gjalt.
 ‘Heb ik je al weer gevonden. Dat zei de vader. Samen hebben ze toen boodschappen gedaan. Wist je dat niet meer?’, vroeg Charlie.
Gjalt schudde zijn hoofd.
‘Ik ben weer wat erg verstrooid de laatste tijd’, zuchtte hij.
‘En hier is datzelfde meisje een jaar of negen’, zei meester. ‘Weer kerst, zo te zien.’
Hij liet de foto kort zien. te kort om te zien wat er precies op stond.
Meester Korneel bestudeerde de achterkant.
‘Mama ziek. 1965.’
‘Meester, heb je al een idee van wie die foto’s zijn?’, vroeg Henke.
Meester Korneel schudde zijn hoofd.
‘Dat is wel vaker zo met vondelingen’, zei hij. ‘Die worden ergens neergelegd. Maar niemand weet waarom. Mijn oma, moet je weten, vertelde wel meer verhalen. Zo vertelde ze ook elk jaar het verhaal van het meisje dat lang geleden in ons dorp te vondeling is gelegd. Het was op de avond voor kerst. Ze hebben nooit kunnen achterhalen wie haar moeder was. En dus ook niet waarom de moeder de baby achter heeft gelaten.’
‘Waar was dat dan, meester?’, vroeg ik.
Meester keek me wazig aan.
‘Hier’, mompelde hij.
‘Hier?’
‘Ja. Hier. Voor de deur van onze krakkemikkige oude school is dat meisje te vondeling gelegd. De vader van directeur Zwarfdreumer was hier toen directeur. Hij heeft het meisje gevonden. Ze lag in een houten kistje. Met een deken om zich heen gewikkeld.’
Meester staarde naar een volgende foto. Daarna keek hij weer naar de foto’s die hij al had bekeken.
‘Nee toch. Nee, dat kan niet. Dat zal toch niet waar zijn’, mompelde hij.
‘Hoe heette dát meisje dan, meester?’, vroeg Marieke.
‘Lorna’, zei meester.
‘Nee’, zei Marieke. Ze zuchtte. ‘Ik bedoel niet het meisje dat boodschappen ging doen en verdwaalde in de sneeuw. Ik bedoel dat meisje dat te vondeling werd gelegd.’
Meester keek naar Marieke. Daarna knikte hij.
‘Lorna’, zei hij nog een keer. Vervolgens ging hij rechtop zitten en hield de foto’s omhoog.
De vondeling werd Lorna genoemd. Ze heeft dezelfde naam als het meisje uit het verhaal van mijn oma.’
Meester liet even een stilte vallen.
‘En eeeh… het meisje uit het verhaal en de vondeling zijn één en hetzelfde meisje. En ze heet Lorna.’
Weer was het even stil.
‘En ik zal het nog gekker vertellen. Deze foto’s…’
Meester liet het stapeltje foto’s zien.
‘Deze foto’s zijn van het meisje uit het verhaal. Ze zijn van de vondeling. En ze lagen hier op de stoep. Waarschijnlijk op precies dezelfde plek als waar Lorna 55 jaar geleden achter is gelaten.’
We keken verbaasd naar meester. Hij keek verbaasd terug.
‘Maar wie heeft ze dan achter gelaten?’, vroeg Marieke.
Op dat moment ging de deur voorzichtig open.
‘Mevrouw Krankheimer’, zei meester Korneel zacht.
Mevrouw Krankheimer, de school schoonmaakster, liep ons lokaal in. We zeiden niets. We konden zien dat ze net had gehuild.
‘Ze zijn van jou hè, deze foto’s’, zei meester Korneel. ‘Nooit geweten dat je Lorna heet.’
Mevrouw Krankheimer veegde een paar tranen weg. Ze knikte.
‘Dat ben ik op die foto’s. Lorna Krankheimer. Wat ben ik blij zeg, dat je mijn foto’s hebt gevonden. Waar lagen ze?’
Mevrouw Krankheimer ging op een stoel zitten.
‘Op de stoep, voor de deur. Buiten. Je had ze daar te vondeling gelegd. Zoals je daar zelf ook te vondeling bent gelegd.’
Mevrouw Krankheimer pakte een zakdoek. Ze veegde er wat tranen mee van haar wangen en snoot toen haar neus.
‘Och, heb ik ze daar laten liggen. Ik was bang dat ik ze nooit meer zou zien. Ik had ze vanmorgen mee naar school genomen om ze aan directeur Zwarfdreumer te laten zien. Maar ik was als eerste op school. Ik heb de envelop met mijn foto’s waarschijnlijk op de grond gelegd toen ik de sleutel moest pakken. Och Korneel. Wat ben ik blij dat ik ze weer heb. Ik had geen idee. Ik ben naar huis gegaan en heb daar gezocht. Ik heb de hele school doorzocht. Nooit gedacht dat juist jij ze zou hebben. Och Korneel. Geweldig.’
Mevrouw Lorna Krankheimer stond op. Ze liep naar meester Korneel. Die deed de foto’s terug in de envelop.
‘Dank je wel’, zei ze. Daarna deed ze iets wat we nooit hadden verwacht.
Ze gaf onze meester klinkende zoenen op zijn beide wangen. Daarna liep ze ons lokaal uit.
‘Dank je’, zei ze nog een keer.
‘Tsjonge jonge’, zei Marieke.
‘Zeg dat wel’, zei meester. ‘Tsjonge jonge. Wat een verhaal zeg.’




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen