zondag 11 december 2011

meester Korneel: kerstboomtraditie


De kerstboom van meester Korneel

Meester Korneel beleeft veel en veel te veel.
‘Er wordt geklopt’, zei Jarno.
’Hmm. Oh ja, er wordt geklopt. Tja. Dan zit er niets anders op dan te kijken wie ons deze keer stoort.
Meester liep naar de deur en gooide hem open.
’Ha die Manus’, riep meester.
Manus zei niets terug. In plaats daarvan zuchtte hij een paar keer.
’Dank je wel Manus. Tsjonge jonge zeg. Wat een gevaarte’, zei meester tegen Manus.
Meester Korneel wurmde vervolgens een knots van een kerstboom tussen de deurposten door. Met gesteun en gemorrel en geknars en gekners lukt het meester om de kerstboom in het lokaal te krijgen. En wij keken toe zonder een hand uit te steken. We zouden met ons zestienen ook handen te kort komen om de kerstboom te helpen sjouwen.
’Tjonge jonge, wat een boom’, mompelde meester. Hij hield de gigantische kerstboom vast maar we zagen hem bijna niet. Het leek of hij zich verstopte achter de dennennaalden.
‘Dus’ mompelde hij. ‘Dit is hem. Kon minder’.
’Meester?’, vroeg Charlie.
’Ja jongen’, antwoordde meester.
‘Wat is dat, meester?’vroeg Charlie een beetje simpel.
‘Grmpf, tsss, duzz, ha die hé… Wat is het is… dat zie je toch… dit is een eh eh winterse afstammeling van een sneeuwklokje. Nee eh het is… een kikker die zich vermommend heeft aangekleed met groene spelden uit de speldenverzameling van het stekelvarken. Of nee… alle gekheid op twee stokjes. Het is een om-te-lachen-kunstwerk, gemaakt door de overijverige vrouw van onze directeur die tijd over had tussen het eind van de morgen en het begin van de middag. Dit, Charlie is eh… tja, zal ik het dan maar gewoon zeggen: dit is een uit de kluiten gewassen onopgetuigd boomje met heimwee naar de zomer. En wij… wij gaan hem optuigen.’
Meester Korneel keek om zich heen.
’Dat is beter dan aftuigen, meester’, zei ik.
Meester keek de kerstboom diep in de ogen en sleepte hem kreunend naar een hoek van ons lokaal.
’Bedankt voor het helpen slepen’, zei hij nog.
’Graag gedaan, meester’, zei Elle Mieke jolig.
‘Jongens en meisjes, we gaan de kerstboom versieren. Ik heb dit jaar mooie zilvergrijze kerstballen gekocht. Dit jaar eens geen ratjetoe van husteldefrutsel bij elkaar geraapte en gebedelde kerstballen. Nee, dit keer nette zilvergrijze ballen, allemaal van dezelfde grootte.’
Meester Korneel zweeg. Wij zwegen ook allemaal.
Zo was het drieëntwintigeneenhalve seconde stil in de klas, bijna een nieuw record.
’Grapje zeker, meester?’, zei Gjalt.
Meester Korneel grinnikte. Elk jaar was de kerstboom in de klas van meester Korneel de meest fantastische, superlelijke, schaterlachopwekkende kerstboom die je maar kunt bedenken. Met hele en halve gebarsten en ongebarsten kerstballen uit een ver verleden. Met engelenhaar dat zo geel was dat het er bijna oranje uitzag. Met een piek, zo krom als de tenen van de heks uit Hans en Grietje. En met lichtjes die flakkerden en flikkerden en flonkerden op een manier dat je er wel bijna zwart-witte hoofdpijn van zou kunnen krijgen. Zo’n geweldige kerstboom dus was er altijd in de klas van meester Korneel. Elk jaar een kunstwerk, een optelsom van oud en nog ouder, van lelijk en nog lelijker, van … zo’n kerstboom dus. En nu, nu wij eindelijk bij hem in de klas zaten vertelde meester dat er nieuwe zilvergrijze kerstballen in de boom zouden komen!
Terwijl wij stil bleven zitten haalde meester Korneel een paar dozen tevoorschijn.
Met grote gebaren opende hij de dozen. Hij haalde uit één van de dozen een zilvergrijze kerstbal die hij heel voorzichtig in de boom een plekje gaf.
Wij staarden verdwaasd naar meester Korneel.
Normaal was het de gewoonte dat iedereen mee mocht helpen met het optuigen van de boom. Maar nu bleef iedereen zitten, stomverbaasd en onderuit gezakt. Ik keek naar Jarig. Jarig keek naar mij. We haalden schokschouderend onze schouders op, we schudden onze verbaasde hoofden en bleven zitten. Wat kun je ook anders doen als je een bizoendere meester hebt die opeens gewoon doet. Meester Korneel neuriede ondertussen een Engels kerstliedje over een arrenslee die wordt voortgetrokken door één paard in de sneeuw en over klingelende belletjes.
Hij keek serieus van de kerstboom naar de kerstballen en zo langzamerhand veranderde de kerstboom in een afschuwelijke moderne zilvergrijsgroene boom die zou passen in een tehuis voor weggelopen poedelige schoothondjes. Meester Korneel hield opeens op met waar hij mee bezig was.
’Mooi hè?’, vroeg hij terwijl hij ons een beetje vreemd aankeek.
’Meester, bent u opeens allergisch voor dennennaalden?’, vroeg Tes.
‘Allergisch voor dennennaalden? Nee, niet dat ik weet. Wel voor handen wassen met water en zeep en voor poedelige schoothondjes met een sjaaltje om, maar voor dennennaalden… nee, dacht ik. Hoezo?’
‘Nou, omdat u zo… zo… eh … raar doet sinds die kerstboom in de klas is’, mompelde Tes.
‘Raar? Ik! Ach, ik doe gewoon hoor. Ik strooi alleen maar wat nieuwe kerstballen in deze boom. Eigenlijk doen júllie een beetje raar. Jullie zitten maar wat te zitten zonder me te helpen. Het is de traditie in deze klas om te helpen met het verfraaien van de kerstboom.’
‘Het is ook een traditie, meester, dat de boom er anders uit ziet dan alle andere bomen hier in school’, zei Tes tevergeefs.
’Ach ja, van sommige gewoontes moet je wel eens ongewoontes maken. Eens even kijken. De lampjes er in en dan de piek nog. Steen, wil je wel even aan Manus vragen of hij de ladder hier wil brengen. Ik zie al dat ik zo niet bij de top kan.’
Ik slenterde naar Manus en vroeg wat meester Korneel me had gevraagd. Toen ik met Manus weer het lokaal in kwam stond meester Korneel met een tevreden glimlach de boom met de ballen en de oerwitte lampjes te bekijken. Hij nam de ladder over, zette hem bij de kerstboom en, gewapend met de piek, zou hij de boom perfect maken. Als een krakkemikkige prins die net een oude tandenloze draak had verslagen klom hij de ladder op. Triomfantelijk keek hij om zich heen. Meester Korneel zag, toen hij bovenaan de ladder stond, dat hij verder van het topje weg was dan hij dacht. Eigenlijk had hij de ladder wat dichter in de buurt van de boom moeten zetten. Maar ik kon zien dat hij daar geen zin in had. Een drakenprins doet dat ook niet, die gaat door, ook al kan het eigenlijk niet. Meester Korneel boog wat naar voren. Hij boog nog wat verder naar voren en nog wat verder. Hij boog verder dan ver naar voren. Hij boog zo verder dan ver naar voren dat hij niet verder kon buigen. Het leek alsof de tijd maar heel langzaam vooruit ging, alsof de tijd vertraagde en daarmee de bewegingen van meester Korneel ook. Wij waren stiller nog dan stil terwijl meester Korneel met piek en vertraagd van de ladder viel. Meester klampte zich aan alles wat hij vast kon pakken. Hij stortte neer, begeleid door een donderend geraas van brekende zilvergrijze kerstballen, knakkende dennennaalden en een zwiepende kerstboom. We durfden bijna niet te kijken naar de puinhoop die we voor ons zagen. Uit de puinhoop klonk wat gekreun en niet veel later kwam meester Korneel gekke bekken trekkend en trekkebenend tevoorschijn.
’Tsjonge jonge, wat circusvoorstelling zeg’, mompelde hij terwijl hij wat dennennaalden uit zijn mond pulkte.
‘Dat kun je wel zeggen, meester’, zei Jarig.
‘De piek is in elk geval nog heel, meester’, zei Henke.
‘Tsjonge jonge, je hebt gelijk Henke. De piek is nog heel. Ik trouwens ook.’
Meester Korneel was opgelucht en maakte een diepe buiging.
Wij keken elkaar aan. Tes begon te applaudisseren. De rest deed mee en er volgde een staand applaus, wel drie minuten lang. Daarna liepen we met zijn allen, alsof we het hadden afgesproken, samen naar de kerstboom.
’Ga daar maar even zitten, meester’, zei Humphrey. Meester ging zitten, met de piek nog steeds tussen zijn vingers geklemd.
Jarig, Charlie en ik zetten de kerstboom overeind. Janka en Humphrey veegden de zilvergrijze scherven bij elkaar. Elle Mieke haalde uit de berging de enige echte super-de-luxe kerstdozen van meester Korneel tevoorschijn. Onder luid gejuich maakte ze de dozen open en liet triomfantelijk de inhoud zien. We gingen samen aan de slag om van de kerstboom een echte meester Korneel kerstboom te maken. En het werd een echte hutsel de frutsel schaterlach opwekkende flonker flikkerende boom. Het werd een geweldig kunstwerk. Met oude en nog oudere kerstballen, met oranje engelenhaar dat bijna geel leek, met gebutste voorwerpen die bijna niet te herkennen waren. Daar stonden we, trots en tevreden op onze boom. En meester Korneel, hij glimlachte zijn oren nog verder van elkaar af.
’Zoals ik al zei’, zei hij. ‘Van sommige gewoontes moet je ongewoontes maken, of zoiets. Jongelui, mag ik tot slot de piek plaatsen?’
We keken elkaar aan en begonnen op onze beurt schaterlachend te glimlachen.
’Meester, begin daar maar niet weer aan’, zei Jarig en meester knikte.
De rest van de middag hebben we niet veel gedaan. Meester Korneel al helemaal niet, die zat glimmend en fonkelend lachend een beetje genietend, met de piek in zijn hand, naar ons en onze boom te staren.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen