dinsdag 27 december 2011

Isra


Ik struin door de woorden die ik dit jaar schreef. Ik sla bladzijden om met een veeg van mijn rechterwijsvinger.
Er komen herinneringen boven die vastliggen in elk woord.

Ik heb opeens herinneringen.
Ze zwerven met me mee
als ik eeltloos wandel
over het pad.
Warm is het zand
zoals de herinnering
die me op mijn schouder tikt.
Ik kijk achterom
terwijl ik weet
dat omkijken alleen laat zien
wat ik al weet.
De herinnering kan ik niet zien.
Alleen voelen
zoals een tik op mijn schouder.

Van de vele woorden die ik dit jaar schreef zijn de volgende me het meest bijgebleven.
Ik schreef ze eind februari, aan het begin van de opstand in Libië.
Mijn achternicht Isra woont er, ontvoerd door haar vader nadat die mijn nicht, de moeder van Isra, had vermoord.
Nu is het eind december. De opstand in Libië is voorbij, er is een nieuwe werkelijkheid.
Maar welke werkelijkheid Isra heeft? Ik heb geen idee. Ik hoop dat me dat in 2012 duidelijk wordt.



februari 2011... Isra, nachtelijke reiziger

Ik wilde mooie woorden schrijven maar ik dacht dat ik ze niet kon vinden. Ik wist tegelijkertijd ook dat ik niet zou moeten zoeken want zoeken leidt zelden tot vinden. 

Maar net, tijdens het leegmaken van mijn hoofd, viel er een woord uit, een meisjesnaam: Isra. 

Als ik de betekenis van de naam zoek en vind, weet ik direct dat ik mijn mooie woorden heb gevonden: nachtelijke reiziger. 

Isra betekent nachtelijke reiziger. Ik krijg beelden door van een meisje dat loom door het leven slentert. Negen is ze en ze lacht naar me met diep donker bruine ogen. Ze kletst mooie woorden. 
Ik hoor het aan de klanken, het ritme en de melodie. Ze zingt haar mooie woorden lachend en ik luister op afstand. Isra´s woorden doen er lang over voor ze me weten te bereiken. 
Dat komt, zo bedenk ik, omdat ik een uur achter haar aan leef. Een uur dat voelt als een lichtjaar. 
Isra roept maar ik kan niet zie naar wie ze roept. Ze lacht maar ik weet niet naar wie ze lacht. Door het uur tijdsverschil zie ik wel haar lach, hoor ik wel haar roepen maar zie en hoor niet hoe er gereageerd wordt. 
Ze weet ook niet dat ik haar zie en hoor. Ze weet niet van mijn bestaan, ik wel van dat van haar. Dat komt omdat ze een nachtelijke reiziger is. Ik zie haar in het licht van de maan die we samen delen. 
Een maan die ze een uur eerder ziet dan ik, een maan waar ze haar meisjes verhalen aan vertelt. Die maan dus, waar ik haar mooie onverstaanbare woorden van af pluk. 

Isra is een nachtelijke reiziger, net als iedereen om haar heen op dit moment. Ze leeft temidden van een volk in pijn. Te midden van een volk dat op reis is, een nachtelijke reis door een hele lange nacht. Een nacht die bijna maanloos is waardoor het donker nog zwarter lijkt. 
Hand in hand schuifelen ze, de reizigers. Daar tussen door gaat een meisje van negen. Ze huppelt langs rokken, drentelt lachend langs marcherende stramme benen, luistert naar harde woorden en zachte stemmen. 
Ze roept zonder dat ik zie naar wie. Ze betovert, laat haar bruine ogen, haar magische glazen knikkers spreken. Ze zingt woorden en verbindt gedachten ademloos met haar innemende aanwezigheid. 

Ze krijgt het voor elkaar om een heel dun schijfje maan tevoorschijn te lachen. De maan lacht om haar lachen, slaat haar melodieuze woorden op en maakt er een lied van: 
het lied van de nachtelijke reiziger. 

Isra heet ze, ze is negen. Ze is één van de nachtelijke reizigers, ze is één met de nachtelijke reizigers die door Libië zweven terwijl ze hun hart vasthouden en datzelfde hart ook laten spreken. 
Isra heet ze. Ze is mijn achternicht die niet weet dat ik haar achterneef ben. Ze woont in Libië, ontvoerd door de man die mijn nicht, haar moeder, om het leven bracht. 
Isra heet ze en ze woont een uur voor me uit. Daarom kan ik haar niet bereiken. maar zij mij wel, doordat ze woorden neerlegt op die hele dunne maan. 

Laat de nachtelijke reizigers die naast Isra lopen ook luisteren naar háár ogen en, wie weet, groeit de dunne maansikkel aan tot een volle heldere maan vol levende verhalen die we glimlachend zullen gaan lezen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen