donderdag 22 september 2011

burge-meester Korneel

Het leesrijk wordt groter.
Door aan te sluiten bij de leef en belevingswereld van het kind wordt zijn leesrijk groter.
Zo kwam de burgemeester van de gemeente Borger-Odoorn (Marco Out) gisteren op bezoek in groep 7 en 8 van openbare basisschool 'De Westhoek' in Tweede Exloermond.
Stof genoeg om een verhaal te schrijven rond mijn anti-held, meester Korneel, die tijdens dat bizoendere bezoek nadrukkelijk aanwezig is. Geeft hij (meester Korneel) ruimte aan zijn kinderen? Ach, vandaag even niet. Morgen wel weer, als het leesrijk weer groter wordt...

Meester Korneel beleeft veel en veel te veel.
Dat was wat vanmorgen. We hadden hoog bezoek in de klas. Burgemeester Arco Mout was op bezoek. Echt waar. Ik weet niet meer precies waarom. Iets over een opening van de oktobermaand kindermaand. Of zoiets. We mochten hem vragen stellen en toen we dachten dat we alles hadden gehad mochten we nog meedoen aan een quiz.
‘Meester Korneel, doe jij niet mee?’, vroeg de burgemeester toen iedereen klaar stond.
’Wie? Ik? pfff, lijkt me niet goed. Met mijn enkel.’
’Wat is er dan met je enkel?’, vroeg burgemeester Mout.
‘Oh nee hè’, zuchtte Charlie. ‘Je gaat het toch niet nog een keer vertellen toch, meester.’
Meester grijnsde.
’De burgemeester vraagt het. Dan moet je toch antwoord geven, of niet soms?’
‘Hoeft niet hoor’, zei de burgemeester.
‘Hoeft niet hoor’, zei Charlie.
‘Geen moeite’, zei meester Korneel. ‘Kijk. Afgelopen weekend struikelde ik over de stoeprand. Mijn enkel is zwak en ik zwikte die zwakke enkel zomaar een beetje dubbel. Dat is het hele verhaal. En daarom kan ik niet mee doen met de quiz.’
‘Dan kunt u misschien wel het beste daar blijven zitten’, zei de burgemeester. ‘Ik stel een vraag. Je kunt uit twee antwoorden kiezen. Vervolgens zeg ik ’ren je rot’ waarna je naar de juiste hoek van het lokaal rent. Sta je in de goede hoek dan mag je verder. Heb je het verkeerde antwoord gegeven dan ga je op je plek zitten. Duidelijk?’
We knikten. Meester Korneel ook.
‘Wat krijgt de winnaar dan?’, vroeg Henke.
’Je bent de rest van deze week burgemeester van de klas’, zei burgemeester Mout. ‘En je krijgt drie minuten en vierentwintig seconden mijn ambtsketting om.
‘Dat wil ik ook wel’, mompelde meester Korneel bijna onverstaanbaar. ‘Ik doe toch mee.’
Meester stond op en strompelde naar ons.
‘Oh ja’, zei de burgemeester. ‘Ik doe zelf niet mee. Ik ben blij dat ik die paar minuten van deze geweldig mooie ketting ben verlost.’
We knikten.
’Dat kan ik me niet voorstellen, burgemeester’, zei meester Korneel.
Burgemeester Mout zei niets. Hij pakte een aantekenboekje uit de binnenzak van zijn pak en las de eerste vraag voor.
‘Oktober is de tiende maand van het jaar’, las hij voor.
‘Maar wat betekent okto? Is het antwoord tien, dan ga je naar de linkerhoek. Is het acht dan ren je naar de rechterhoek.’
‘Makkie’, zei meester Korneel. ‘Hebben we net bij biologie gehad toen we het hadden over de octopus.’
‘Je zegt het toch niet voor hè’, mompelde Arco Mout.
Meester schudde zijn hoofd.’
Ren je… rot’, zei de burgemeester.
Daar gingen we. Iedereen rende naar de rechterhoek.
‘Iedereen mag nog meedoen’, zei de burgemeester. ‘Volgende vraag. Het wassenbeeldenmuseum in Amsterdam. Hoe heet dat? Linkerhoek: Madame Tot zo. Rechterhoek: madame Tussauds.’
‘Ha ha, Tot zo’, zei meester. ‘Grappig zeg.’
We renden weer allemaal naar de goede hoek.
’Ik heb het idee dat je het een beetje voorzegt, mijn beste meester’, zei de burgemeester.
Meester trok een verbaasd gezicht. Hij schudde zijn hoofd.
’Hoe heet het beroemdste schilderij van Rembrandt?’, vroeg de burgemeester. ‘Linkerhoek: de dagwacht. Rechterhoek: de nachtwacht.’
Meester zei niets. Hij maakte dit keer alleen een snurk geluid. ‘Gngnkgnggg’
’Meester. Je zegt het voor’, riep Marieke.
’Ik zeg niets hoor’, antwoordde meester.
Iedereen rende natuurlijk weer naar de goede hoek. De burgemeester krabde zich achter zijn oren.
’Moeilijk vraag dit keer’, zei hij. ‘Het grootste hunebed van Nederland staat in… linkerhoek: Borger. Rechterhoek: Tweede Exloërmond.’
‘U bedoelt dat Tweede Exloërmond waar geen hunebedden staan omdat het een veendorp is?’, vroeg meester Korneel.’
We zuchten.
’Meester, je zegt het voor’, zei Elle Mieke.
’Nee hoor, ik stelde alleen maar een vraag, toch. Volgens mij zei ik niets voor’
We hadden het natuurlijk weer allemaal goed toen we in de linkerhoek gingen staan.
‘Hmm’, zei de burgemeester. ‘Volgens mij moet u maar eens in de hoek staan.’
Meester Korneel deed net of hij schrok.
’Ik zal het nooit meer voorzeggen’, zei hij.
‘De moeder van koningin Beatrix heette Juliana. Linkerhoek: ja. Rechterhoek: nee.’
‘Juli-ja-na’, zei meester Korneel.
’Stop’, zei de burgemeester. Hij werd een beetje rood van opwinding.
’Okay. Okay. Ik snap het. Niet voorzeggen. Lastig hoor.’
‘Ik stel de volgende vraag. Een makkelijke’, zei de burgemeester. ‘Zitten er 12 pinguïns in een dozijn? Links is ja. Rechts is nee. Ren je… rot.’
Meester Korneel zei niets. Hij bleef staan. Wij niet. We renden allemaal tegelijkertijd naar de linkerhoek. Meester slenterde naar de rechterhoek. Hij hinkte, alsof zijn enkel weer pijn deed.
We keken naar meester.
’Heb je geen zin meer, meester?’, vroeg Henke.
‘Mijn enkel’, zei hij.
We knikten.
Burgemeester Mout glimlachte opgelucht.
’Het spijt me, meester. Maar de kinderen hebben toch echt gelijk. U bent af. Er zitten 12 pinguïns in een dozijn. Je moet zitten.’
‘Goed’, zei meester Korneel. ‘Krijg ik dan nu die ketting om?’, vroeg meester.
De burgemeester schudde zijn hoofd.
’Nee, u bent af. U mag niet meer meedoen.’
’Dacht het niet. Ik heb gewonnen’, zei meester Korneel. ‘De vraag was namelijk of er 12 pinguïns in een dozijn ZITTEN. Nou, nee. Pinguïns kunnen namelijk helemaal niet zitten. Als ze op een ei gaan dan zakken ze wat door hun hurken. Maar zitten? Nee, dat kunnen ze niet. Dus kunnen er al helemaal geen 12 pinguïns in een dozijn zitten als ze niet kunnen zitten, toch?’
We keken elkaar aan. We schudden het hoofd en moesten lachen.
’Geef hem maar gelijk, meneer burgemeester Mout’, zei Charlie. ‘Hij wil graag die halsketting een keer om. Gun hem die lol maar, dan is hij weer zoet.’
We keken naar de burgemeester. Die keek van ons naar zijn aantekenboekje. Daarna toverde hij een gulle glimlach op zijn gezicht.
‘Doen we. Ik zal er vandaag waarschijnlijk niet achterkomen of je gelijk hebt, Korneel. Maar je uitleg klinkt in elk geval goed. Jongens en meisjes. Ik heb een idee. Iedereen krijgt even mijn ambtsketting om. En jullie meester promoveren we tot burge-meester. Wat vinden jullie daarvan?’
We juichten. Iedereen kreeg de ambtsketting om. En als laatste was meester Korneel aan de beurt.
‘Burgemeester Korneel’, zei meester zacht toen hij de ambtsketting om kreeg. Hij glom van oor tot oor. Meester keek zo blij als een jongetje dat net heeft leren fietsen. En wij… we keken meester aan en glimlachten met hem mee.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen